Mijn baby is één geworden. Officieel geen baby meer, maar een dreumes en dat voelt echt een beetje onwerkelijk. Ik was er nog niet klaar voor. Het jaar ging zo snel voorbij. Een jaar waarin veel veranderde, maar ook weer niet. Waarin ik opnieuw moeder werd, maar dit keer met echt veel meer vertrouwen.
Van nul naar één vond ik heftiger
Ik vond de overgang van één naar twee een stuk minder groot dan van nul naar één. Bij mijn eerste dochter voelde alles onwijs nieuw. Ik had veel te leren, moest dingen ontdekken en uitvinden. Ik twijfelde ook echt over alles. Doe ik het goed? Slaapt ze genoeg? Eet en drinkt ze wel goed? Waarom huilt ze?
Die onzekerheid was er deze keer veel en veel minder. Je hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden. Je gaat weer door dezelfde fases heen en ook al vergeet je veel, je herkent ze ook weer. Je weet ook dat alle fases voorbijgaan en hebt er vertrouwen in dat het wel oké is allemaal. Dat gaf mij zoveel rust. Ik voel me zekerder als moeder en dat is echt heel fijn.
Je liefde wordt niet verdeeld, maar groter
Wat ik ook nooit heb gehad, is die angst of je wel net zoveel van je tweede kan houden. Dat vertrouwen was er vanaf het begin. Je liefde wordt niet verdeeld, het wordt echt groter. Je hebt er nóg iemand bij om van te houden en dat geef je ook cadeau aan je eerste.
Dat vind ik misschien nog wel het leukste aan moeder zijn van twee: hen samen zien. De band die ontstaat is zo bijzonder. Mijn oudste is zo lief en zorgzaam voor haar zusje, echt een mega trotse grote zus. En mijn jongste kijkt nu al naar haar op. Ze hebben samen lol en dat is zo mooi om te zien. Dat je daar gewoon naar mag kijken, dat vind ik echt bijzonder.

Het grootste verschil: slaaptekort
Was het dan alleen maar makkelijk dit jaar? Nee, absoluuuut niet. Het pittigste vond én vind ik nog steeds het slaaptekort. Bij mijn eerste kon ik overdag nog wel eens wat slaap meepakken als zij sliep, maar dat zit er nu gewoon niet in. Ik heb nog een kleuter rondlopen die aandacht nodig heeft. De nachten zijn soms, en eerlijk gezegd best vaak, zwaar. Gebroken nachten en dan overdag weer doorgaan met twee kinderen… dat vind ik echt het grootste verschil.
Snakken naar tijd voor mezelf (en het toch niet willen missen)
Ik snap naar tijd voor mezelf. Gewoon weer mijn avonden terug. Dat ik weer eens rustig achter mijn laptop kan zitten om te bloggen, wat vaker kan sporten of iets sociaals kan doen zonder meteen te denken: hoe laat wordt ze wakker? Hoe vaak wordt ze wakker? Hoeveel slaap zal ik vannacht krijgen?
Ik mis mijn zzp’er- en sociale leven soms echt. En tegelijkertijd voelt dat ook weer dubbel. Want hoe graag ik ook wat meer ruimte voor mezelf wil, ik wil ook de hele tijd bij mijn kinderen zijn. Nu ze nog zo klein zijn. Ik vind het moeilijk om dat los te laten. Het voelt bijna tegenstrijdig: verlangen naar tijd voor mezelf, maar het eigenlijk ook niet anders willen.
Je relatie verandert ook
En iets wat ook veranderd is, is je relatie. Met één kind gebeurt dat al, maar met twee helemaal. Je runt echt een gezin. Alles vraagt om nóg meer planning. Wie doet wat, wie haalt, wie brengt, wie mealprept, wie pakt de nacht op. Je hebt het daar gewoon veeeel vaker over.
En soms mis ik het wel even. Gewoon Jenny & Jelmer zijn, in plaats van alleen maar vermoeide mama en papa. Even niet in de regelstand, maar gewoon samen. Tegelijkertijd weet ik ook: dit is een fase. De tropenjaren. En die ruimte komt ook wel weer terug.
Alles is een fase
Ik weet nog dat ik dit bij mijn eerste ook had en dat het uiteindelijk vanzelf weer veranderde. Maar nu je er middenin zit, voelt het soms pittig. En misschien is dat ook precies hoe dit eerste jaar is geweest. Intens, een beetje zoeken, maar ook heel mooi. En ergens weet ik: dit komt goed. Net als de vorige keer!

Foto’s zijn gemaakt door mijn oud-collega Kimberly: bezoek haar website
Geef een reactie